ELMA

Ex Libris Medicalibus Antiquis

De epidem(iolog)ie, hoe het begon

De wereld is in de ban van een pandemie. Een stukje enkelstrengs RNA SARS-CoV-2 dat COVID-19 veroorzaakt, repliceert zich verwoed onder de mensheid. Verwachtingsvol luisteren we naar epidemie-deskundigen; de epidemiologen. Waar komen zij vandaan?

Een epidemie (epi=op, demos=volk) is een op een populatie ‘geworpen’ verschijnsel (plaag, ziekte). Het vak epidemiologie bestudeert de frequentie (het vóórkomen) van ziekte in (menselijke) populaties. De Griekse arts Hippocrates) schreef rond 400 voor onze jaartelling al in zijn De morbis popularibus (Over de epidemische ziekten) dat gezondheid en ziekte door omgevingsfactoren (lucht, water en plaats) bepaald worden. Het kwam er volgens hem op neer bij patiënten ziekteverschijnselen goed te herkennen en te beschrijven. Thomas Sydenham (1624-1689), ook wel ‘de Engelse Hippocrates’ genoemd, deed dit en hanteerde het nu logische concept van ziekten als afzonderlijke entiteiten. Ziekteverwekkers waren echter nog niet bekend en zonder ‘zichtbare’ veroorzaker kan bestrijding lastig zijn!

Al deducerend ging de Britse anesthesioloog John Snow (1813-1858), bekend van zijn ontdekking van de chloroform-inhaler in 1848, in de negentiende eeuw te werk bij zijn onderzoek van de cholera-epidemieën (1832, 1848/49 en 1853). Met zijn publicatie On the Mode of Communication of Cholera (1854) wees hij de waterpomp op Broad Street in Londen aan als besmettingsbron. De effectieve bestrijding bewees zijn gelijk. Snow richtte The London Epidemiological Society op. Door epidemiologen werd Snow veel later pas als ‘eerste’ moderne epidemioloog erkend.

Een eeuw vóór Snow hanteerde de Italiaanse arts Bernardino Ramazzini (1633-1714) het oude hippocratische ziekteconcept. Ramazzini werd destijds bekend door zijn publicatie in 1690 De Co[n]stitutione de Rurali epidemia (Over de gesteldheid van de landelijke epidemieën). Wereldberoemdheid bereikt deze latere hoogleraar met zijn standaardwerk ‘Over de ziekten der werkers’ in 1700. Ramazzini schreef in de jaren 1690 tot 1694 over epidemieën, bijvoorbeeld in 1691 De Co[n]stitutione de Urbana epidemia (Over de gesteldheid van de stedelijke epidemieën). Hij onderzocht ook dierlijke en plantaardige epidemieën zoals de runderpest in 1712 en rubigo (planten– ‘roest’). In 1713 schreef Ramazzini over de heersende Weense builenpest. De meeste infecties kon men nog niet behandelen. Quarantaine, letterlijk veertig dagen isolatie, was dan ook het devies.

De epidemieën komen ook in zijn handboek aan bod als beroepsziekte bij militairen, zoals dysenterie en tyfus. Bijvoorbeeld in het kampement tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) van de Liga van Augsburg, na toetreding van Engeland en de Nederlanden in 1689 de Grote Alliantie genoemd. Deze Alliantie streed tegen het Franse leger van Lodewijk XIV. In 1697 is de Alliantie opgeheven bij de Vrede van Rijswijk. Tijdens de ‘oorlogsvrije’ jaren van 1695 tot 1700 was de regio opmerkelijk weer epidemie-vrij.

In 1709 wijdt Ramazzini zijn jaarlijkse oratie (één van de zestien) aan de extreem koude winter van december 1708 tot april 1709 (Hyemalis Co[n]stitutio Algidissima) waarbij veel slachtoffers vielen door acute longaandoeningen. Het werd de mal di Castrone genoemd, de oude benaming voor ‘influenza’, waarbij de naam paradoxaal verwijst naar de gevangenen, die juist níet besmet raakten vanwege hun afgeschermde, lockdown situatie!

Ook Ramazzini, bijgenaamd ‘Hippocrates III’, is behalve grondlegger van de beschrijving van beroepsziekten, door de latere epidemiologen aangewezen als ‘vader van de (vroegmoderne) epidemiologie’. Zijn geschrift uit 1690 dient als voorbeeld voor epidemiologisch onderzoek.

Waar of bij wie startte de epidem(iolog)ie? Net zoals het moeilijk is de ‘aanstichter’ van een epidemie (agens, persoon en/of plaats) uit meerdere ‘kandidaten’ te identificeren, geldt dit ook voor de ‘stichter’ van een nieuw ontstaan vakgebied. Het adagium van de (neo-)hippocratici en de epidemiologen blijft: zo goed mogelijk beschrijven, tellen, registreren en analyseren van het ziektebeloop bij de mens en op groepsniveau binnen de populatie, om de verspreiding van besmettelijke ziekten met adequate maatregelen te beperken!