ELMA

Ex Libris Medicalibus Antiquis

De geur van oude boeken

Bespaar u de moeite van het lezen van deze blog. Allemaal oude meuk. Maar weet wel dat ik graag met mijn neus in oude medische boeken zit. En niet omdat ze zo lekker ruiken.

Want soms ruiken ze helemaal niet lekker. Vaak ruiken ze muf. Ze zijn niet altijd in goede staat. De band is beschadigd, of ontbreekt deels. Losliggende katernen. Allerlei gekriebel in de marges, van vroegere lezers. Soms is het puur verval. Dan oogt de rug nog mooi, maar als je het boek van de plank haalt lacht de schimmel je toe. Of je staat oog in oog met een legioen zilvervisjes, die papiervreters.

Wat is er dan nog aantrekkelijk aan oude boeken? Waarom zou je je überhaupt verdiepen in een boek dat een paar eeuwen oud is?

Ook daar kun je een boek over schrijven. Ik vat het in één woord samen. Nieuwsgierigheid. Naar de kennis van toen. Waarop berustte het gezag van dokters uit vervlogen tijden? Wat rechtvaardigde de strenge toon waarop zij de zieken en hun verzorgers toespraken? Daarop is maar één antwoord mogelijk. Het was hun kennis. De kennis van toen. Dan wil je ook weten wat die dokters toen precies wisten. En daarvoor … precies, dat leer je uit die muffe boeken. Want er is onvoorstelbaar veel geschreven door dokters, zeker vanaf de 16e eeuw toen de boekdrukkunst het mogelijk maakte om die kennis van toen te verspreiden. 

Aanvankelijk schreven dokters uitsluitend in het Latijn. Als je dokter wilde worden, moest je dus eerst Latijn leren, anders kon je je vakliteratuur niet lezen. Studeren bestond uit het lezen van Latijnse teksten en daar met anderen over praten. Als dokter gebruikte je vooral je hoofd en je mond. Maar je hield je handen thuis. Het was theorie wat je leerde. De praktijk, het insnijden, het opensnijden, het aderlaten en de artsenijbereidkunst: al dat minderwaardige handwerk liet je aan anderen over.

Maar waarop berustte nu eigenlijk die dokterskennis van toen? Niet op wetenschappelijk onderzoek zoals we dat tegenwoordig kennen. Eeuwenlang (tot aan de Verlichting) was de leer van Hippocrates en Galenus richtinggevend. Dokters schreven die theorieën braaf van elkaar over. Al waren er ruim vóór de Verlichting al dokters die pleitten voor observatie. Om met eigen ogen te zien hoe het nu precies zit moet je een lijk opensnijden. Een lijkopening vindt men in de 16e eeuw ongepast. Vesalius merkt dat als hij in Leuven een publieke dissectie wil doen. In Padua heeft hij meer succes. Daar krijgt hij toestemming van de burgemeester. Onder grote belangstelling snijdt hij daar in het openbaar lijken open.

Al snijdend stelt Vesalius fouten vast in het werk van Galenus. Hij schrijft het allemaal op in de zeven boeken van zijn De humani corporis fabrica. Heel langzaam, maar heel zeker gaat observation-based medicine vanaf die tijd Latin-based medicine vervangen. Dat is een leerzaam proces. En dat is nu precies wat je kunt leren uit die oude boeken. Hoe zo’n vernieuwingsproces verloopt. Hoe oude inzichten worden vervangen door nieuwe. En hoe die laatste hun weg vinden naar de praktijk.

Onze huidige evicence-based medicine wordt ook eens de kennis van toen. De geneeskunde blijft zich ontwikkelen. Wat wij daar ook van vinden.

Medisch Contact, 31 juli 2019, onder de titel ‘De kennis van toen’